Cape
Slavery from Birth to Freedom
A.M. van Rensburg

Celebrations in the Cape with the abolition
of slavery
FIRST
SLAVE CHILD BORN
The earliest
record of a child born at the Cape who
had a parent who was a slave, is that
of the former slave Catharina Anthonis
and Jan Woutersz from Middelburg. Catharina
was born in Zalegon in Bengal. She was
brought to the Cape by Caspar van den
Bogaerde. They got married 21 May 1656.
Woutersz was appointed to serve on Robben
Island, while there they had their child.
Some have suggested that they were sent
to the island because of prejudice against
mixed marriage: "The first slave
to regain freedom was Catharina Anthonis,
who was born in Bengal, and liberated
because Jan Woutersz from Middelburg wished
to marry her - this was in 1656. Soon
after the wedding Woutersz was promoted
to the position of supervisor on Robben
Island. This was not due to merit, but
was rather a way of putting the couple
out of sight, for he was later found "unsatisfactory"
and sent to Batavia." see Armstrong
JC "The Slaves 1652 - 1795"
in Elphick and Gilliomee (editors) "The
Shaping of South African Society 1652
- 1820" (Cape Town, Longman 1979).
It is implied that they were sent to the
island as a way of putting the couple
out of sight.
The facts are
that Woutersz was a seal hunter for the Company,
earlier working on a seal ship visiting Dassen
Island, Saldanha bay, and Robben Island. Unfortunately
he crossed van Riebeeck and the authorities,
he was accused of being guilty of serious calumny
against van Riebeeck. In the court case that
followed, the verdict on 15 March 1657 was that
he was to be banished to Robben Island, for
his libels against the commander (the issue
was not the liability of Woutersz ex-slave wife,
but the libels by Woutersz). His tongue was
to be pierced and he was to be banished for
three years to Robben Island. The next day intercession
was made on his behalf and he was not banished,
neither was his tongue pierced but he was to
be demoted to common soldier. On 29 May 1657
Jan Woutersz was sent with his ex-slave wife
to be the superintendent on Robben island. The
facts are that later it was felt that he was
not performing his work. He was sent to Robben
Island in the hope that he will rehabilitate
himself. Mention is made that he was not performing
his work, and thus he was dismissed and the
family was sent to Batavia early 1658. It appears
that there may be a case that van Riebeeck never
forgave him for having a go at him in the past.
BAPTISM
OF EARLY SLAVE CHILDREN
The first recorded
baptism of a child of a freeburgher, was Mary
the daughter a former slave Maria van Bengale
and her husband Jan Sacharias on Sunday 8 April,
1660. Maria
use to be a slave of the sick comforter Pieter
van der Stael. Jan Sacharias bought Maria from
van der Stael in order to marry her. They got
married 21 July 1658.
The
records for the first baptism of slave children
provides some challenges. Here are some statistics:
Between
1660 - 1663 van der Stael baptised 8 slave 'buitegtelike'
children (Hoge: Miscegentation p 101, with reference
to Bouwstoffen I, 17, 20, 24, 26)
In
September 1663 in the Daghregister the visiting
minister Petrus Casier baptised 12 children,
one was from Christian parents, the rest - 11
were slave children mostly 'buitegtelik'
(Wagenaer Dagregister, p 95)
Ds
van Arckel at the end of 1665 baptised Gabbema's
child and 8 slave children (Wagenaer Dagregister,
p 214). These children of 6 female Company slaves
and Dirk the slave child of Sabba. Later two
of Wagenaers own slave children were baptised
(Bouwstoffen I, 269, 270)
FREEDOM
OF SLAVES
The
road to freedom could be attained by the
following methods:
* a substitute slave
* education
* religion
* money
* service
* sex
* suicide
* run away
CONDITIONS
OF MANUMISSION:
1. Needed to have been baptised into the Reformed
faith
2. Was able to speak Dutch
3. Need to be able to supply a substitute slave
4.
Payment to the Company to cover the expenses
for being raised and educated by the Company
5. Heelslagh slaves born at the Cape
had to be 40 years old, and those who were not
born at the Cape must have given 30 years serves
6. They could have been set free due to the
good service they rendered to the Company
7. Van Reede stipulated in 1685 that Halfslagh
slaves were set free by the Company once females
reached the age of 22 and males the age of 25
A
good example of a request for freedom is recorded
in, Resolusies van die Politieke
Raad,
Vol II:
Woensdagh
13 Martij 1680.
....
Zeeckere mestisse off halffslagh meijt genaemt
Catrina, dogh een Comps. slavin
bij een Europiaen alhier geprocureert, misgaders
in de Christelijcke relegie onderwesen en nu
een competente ouderdom bereijckt hebbende en
tot nogh toe als een diensbare bij d' Compe.
gebruijckt, bij requeste aen dese vergaderingh
versocht hebbende dat sij om de vooren geallegeerde
reden, mitsgaders uijt crachte van haer vrijdom
die haar van haar vaderskant wettelijck toequam,
in vrydom mocht werden gestelt, en van haar
dienstbaarheijt ontslagen, soo is goet gevonden
haar in vrijdom te stellen om haar als een vrij
vrouw te moogen erneeren.
This
slave woman made mention of a) She was
half caste b) She was educated in the
Christian faith c) She had reached the
required age d) Her father was European.
Usually they would have supplied her father's
name as her patronym e) She was also shortly
going to get married.
http://tanap.amtex.nl/_xml/
Reference code: C. 14, pp. 121-154 print
version
Woensdagh 13 Martij 1680.
Zeeckere mestisse off
halffslagh meijt genaemt Catrina, dogh
een Comps. slavin bij een Europiaen alhier
geprocureert, mi{t}sgaders door het hoogwerdig[e]
sacrament van den H. doop d’ gemeente
Christi in geleijft, mi{t}sgaders in de
Christelijcke religie onderwesen en nu
een competente ouderdom bereijckt hebbende
en tot nogh toe als een dienstbare bij
d’ Compe. gebruijckt, bij requeste aen
dese vergaderingh versocht hebbende dat
sij om de vooren geallegeerde reden, mitsgaders
uijt crachte van haer vrijdom die haar
van haar vaderskant wettelijck toequam,
in vrydom mocht werden gestelt, en van
haar dienstbaarheijt ontslagen, soo is
goet gevonden haar in vrijdom te stellen
om haar als een vrij vrouw te moogen erneeren.
Donderdagh 14 Martij.
Op
het versoeck gedaen voor seecke [62] ’s
Comps. slavin genaamt Maria van Bengale
om voor seeckere somma van penni{n}gen
d’ Compe. van haer recht en eijgendom
op haar persoon te doen afstaen ende in
vrijdom te stellen, soo is goet gevonden
haer in vrijdom te largeren, mits all
voorens in ’s Comps. cassa betaalende
d’ somma van 40 reijsdaelders, te meer
om dat d’ Compe. geen off immers weijnigh
dienst van haer treckt.
http://tanap.amtex.nl/_xml/
Reference code: C. 11, pp. 45-50.
Vrijdagh desen 23en Julij 1677.
Wijders alsoo Jacob Cornelissen
van Colombo eenige jaeren als lijifeijgen
gedient heeft Thieleman Hendrickse in
sijn leven vrijborger alhier en denselven
van sijn meester [8] in sijn laeste sieckte
(vermits sijn goede dienste) ten overstaen
van getuijgen na sijn overlijde[n] belooft
is vrij te sullen sijn, ’t geen hem bij
mancquement van genoegsaem bewijs tot
dato is geobsteert, doch vermi[ts] door
den Gouverneur en Raat denselven mede
is gepromitteert vrij te sullen sijn wanneer
aan de Justitie alhier enige[n] dienst
conde doen met ’et aan den dac[h] brengen
van gestoole en opgekochte goederen en
denselven sich daarin we[l] heeft gequeten,
des versoeckt seer instantelijck onse
beloften gelieven naer te willen comen
en denselven op vrije voeten te stellen
om sich hier of elders waar best kan soecken
te er[n]eren, Soo is dit selve mede in
opmerckinge genomen en geresolveert (aengesie[n]
nu den boedel van voornoemde Thieleman
Hendricx wed. over [9] haeren begaene
fouten van gestoole rijst en goederen
te hebben opgekoft) [10] aan de Justitie
is comen te vervallen, gemelden Jacob
Cornelissen in ’t geheel in vrijdom te
stell[en] (als sulcx hebbende aangegeven)
en te licentieeren elders heen te moogen
trecken, werwaerts best te raade werden
sal.
http://tanap.amtex.nl/_xml/
Reference code:
C. 18, pp. 36-39.
Woensdag 26 Junij 1686.
En eindelijk ’t schriftelijk versoek der
E.Comps. lijfeigenen Jan Figoredo en Pintura
van Ceijlon in Rade overwogen zijnde,
om in vrijdom gesteld te mogen werden,
So is goedgevonden, ten ansien harer goede
diensten zedert etlijke jaren herwards
an d’ E.Comp. en ten huijse van den E.Heer
Commendeur bewesen, alwaar d’ eerste als
hofmeester en d’ andere als kok gedient
heeft, haar de vrijheid te vergunnen,
en door gepermitteerde middelen hun alhier
te mogen erneren, dog met beding dat bij
’t anwesen van den General of Raden van
India, of enige publique maaltijden, dienstbaar
sullen blijven om alsdan ten dienste van
d’ E.Comp. gebruijkt te werden. [4
http://tanap.amtex.nl/_xml/
Reference code: C. 18, pp. 28-29.
Woensdag 8 Maij 1686.
D’ E.Heer Commandeur, kennende ’t gewigt
van een welgestelde regering, en wetende
dat om deselve in vrede en voorspoed te
bestieren niet meerder vereijscht word als
wel te belônen en scharpelijk te straffen;
en hebbende so goede als kwade zedert dat
sijn E. ’t bewind deses commendements anvaarde
van beids volslage preuves gehad, en thans
sig bij ’t versoeckschrift van drie der
E.Comps. lijfeigene slavinnen gelegentheid
anbiedende om door een kragtig voorbeeld
an die dienstbare menschen den weg tot d’
onwaardeerlijke vrijheid door haar trouw
en deughdsâmheid te banen, en op dat
de hoop om deselve t’ eniger tijd te konnen
erlangen, d’ andere onder ’t jock van een
sware slavernij anmoedige, So is ’t dat
sijn E., overwogen hebbende de langduurige
en trouwe diensten der drie voors. slavinnen,
Maria Schalck, Armosijn van de Caap en Jannetje
Bort, der selver versoeck in Rade voor te
dragen, bewôgen is; waarop eenpaarlijk
geresolveerd, angemerckt de supplianten
alle drie gedoopt en van Christe vaders
zijn [2] en dat eene van deselve bereids
lidmaat der Gereformeerde Kercke is, en
dat d’ andere twe haar in dit Christelijk
werck [3] in korten staan te volgen; en
dewijl ’t niet geraden soude zijn dese elendige
menschen, bij de reductie die d’ E.Hr.Commandeur
ontrent sijn dienstboden heeft gemaackt,
deselve wederom na Comps. logie bij dien
ruijgen hoop te senden, haar in volle vrijdom
te stellen en te vergunnen haar alhier bij
alle toegestâne neringen nevens andere
vrije personen ’t erneren.
Reference
code: C. 18, pp. 98-99.
Donderdag den 2. Januarij 1687.
Het
anstendig versoek eniger ’s Comps. slaven
en slavinnen om eindelijk, na veler jaren
goede en trouwe diensten, in vrijdom gesteld
te mogen worden, in bedenking genomen en
rijpelijk in Rade overwogen zijnde: So is
eenpaarlijk goedgevonden en besloten ses
derselver, namentlijk Arie van Bengale,
Abraham van Guinea, Leidsare, Miramoor,
Gratia
d’ Acosta } vrouwen
Cladoor
gemerkt
sij oud en afgeleevd en buijten staat langer
te konnen dienen, en meer tot last dan voordeel
van d’ E.Comp. bevonden worden, haar de
vrijheid te vergunnen en toe te staan hun
bij gepermitteerde middelen hier sig t’
erneren en door dit exempel andere lijfeigene
an te moedigen om door goed comportement
eenmaal met ’t selve voor-regt begivtigd
te mogen worden. [1]
Reference
code: C. 18, pp. 6-9.
Mercurij 8 Maij 1686.
Verders heeft
d’ E.Hr. Commandeur in Raade bekent gemaackt,
hoe bij ’t retrencheeren van sijn huijshouding
[1] en ’t verminderen syner dienstboden,
drie Comps. lijfeijgene of slavinnen bij
requeste versogten in vrijdom gesteld te
mogen werden, ’t welcke haar gunstelijk
ten ansien harer trouwe diensten zederd
’t anwesen van den welgemelte Hr. Commandeur
an sijn E. bewesen, is toegestaan, en dies
te mee[r], dewijl alle drie van Duijtsche
vaders gegenereerd en [2] ’t Heilige Sacrament
des Doops ontfangen hebben, en een derselver
bereids lidmaat der Gereformeerde Gemeente
is, en dat d’ andere haar hier in staa[n]
te volgen, en dat niet sonder ’t uijterste
gevaar hares verdervs dese rampsalige menschen
wederom na Comps. slavenhuijs en onder die
ruijge en heidensche natien konnen gebraght
werden.
Reference
code: C. 18, pp. 102-104.
Dingsdag den 14 Januarij 1687.
Gemerkt Paul
van de Caab, oud anderhalv jaar, soon van
Hector, lijfeijgen van den E. capitain Hieronijmus
Cruse [2] en van Maria van Madagascar, der
E.Comps. slavinne, zedert sijn geboorte
ten huijse van den E.capn. voors. en bij
sijn vader tot heden ten dage onderhouden
en opgetrokken is, So word verstaan ten
ansien van ’t gene hij d’ E.Comp. soude
komen te kosten eer hij in staat gebragt
soude zijn deselve te konnen dienen, ook
ten opsigte der opvoeding van ’t kind, die
beter onder d’ ogen van de Vader dan onder
die van sijn Moeder sal slaagen, ’t selve
in sijn volle vrijdom te stellen.
Ook
is verstaan an François van Maccao,
vrijgelatenen slaav, op sijn anstendig versoek
toe te staan en hem uijt ’s Comps. slavenhuijs
voor vrij te laten volgen sijn soon Bartholomeus,
oud drie jaren, bij der E.Comps. slavinne,
Cingala van Madagascar, geteeld. [3]
Reference
code: C. 20, pp. 46-47 Woensdag 16 Februarij
1689.
Het
versoek-schrivt van den E.Pieter van Helsdingen,
gedesigneerde fiscâl ten dienste van
d’ E.Comp. na Suratta, thans op ’t hier
ter rhede geankerde schip ’t Wapen van Alkmâr
bescheiden, in Raade geleesen zijnde, inhoudende
versoek om uijt ’s Comps. slavenhuijs een
slavinne genaamt Claasje tot vroetvrouw
ten dienste van sijn swangere hujsvrouw
na Batavia mede te mogen neemen. So is eenpaarig
verstaan den suppt. syn versoek toe te staan
en hem de voors. slavinne ten fine voorn.
te laaten volgen, mits dat hij ter taxatie
van de Hooge regering van India kost en
vragt geld voor heen en weer reis in ’s
Comps. cassa op Batavia betaale, en de E.Comp.
voor de schaade goedspreeke die deselve
soude komen te lijden, indien de meergenoemde
slavinne Claasje voor haar wederkomst kwame
te sterven, of weg te loopen. [1]
Notes.
[1]
Vgl. V.C.12: Dagregister, 1689–1690, 1692,
pp. 124–125. Hierdie Claasje van Angola
het volgens ’n resolusie van die Kasteel
Batavia op 27 Mei 1689 versoek om met die
eerste retoerskepe weer na die Kaap te mag
terugkeer. Haar versoek om in vryheid gestel
te mag word, omdat Van Helsdingen dit aan
haar belowe het, is na die Kommandeur en
Raad van die Kaap verwys. (Sien Kol. Arch.
604: Resolutiën van den Generaal en
Raden, 1689, pp. 275–276.
Reference
code: C. 147, pp. 231-248. Dingsdag den
22: Aúg:s 1769.
Wijders is op het Schriftelijk versoek van
den Extraord:r vúúrwerker
Johannes Bresler, Seeker ’S E: Comp:s Slave
Jongetje gen:t Abel van Catrijn van Sangolanij,
oúd omtrent 6: Jaaren, úijt
Slavernij ontslagen en in vrijdom gesteld,
mits voor denselven de Somma van Een hondert
guld:s in ’S Comp:s Cassa alhier zal moeten
werden voldaan.